Uit de praktijk

Als ik naar bed ga, ben ik ineens wakker

Overdag was ze moe. Soms zó moe dat ze zich rond vier uur afvroeg hoe ze de avond nog door moest komen. Maar zodra ze in bed lag, leek haar hoofd daar heel anders over te denken. Dan kwamen de gedachten. Wat ze die dag had gezegd, wat ze morgen niet mocht vergeten, een gesprek van drie dagen geleden. En vooral die ene gedachte: als ik nu niet snel slaap, ben ik morgen weer kapot.

Ze had inmiddels van alles geprobeerd. Geen telefoon meer in de slaapkamer, vroeger naar bed, later naar bed, ontspanningsoefeningen. Soms hielp iets even, maar al snel begon het opnieuw. Langzaam was slapen iets geworden waar ze haar best voor deed. Ze keek op de klok, rekende uit hoeveel uur ze nog had en voelde de spanning toenemen.

Tijdens onze gesprekken werd duidelijk dat juist dát een belangrijke rol speelde. Haar bed was niet alleen meer gekoppeld aan rust en slapen, maar ook aan alert zijn. Gaat het vannacht wel lukken? Haar lichaam lag stil, maar vanbinnen stond ze op scherp.

‘Slapen was iets geworden waar ze haar best voor deed.’

Tijdens de hypnotherapie werkten we daarom niet aan nóg harder ontspannen. Ze hoefde het slapen juist minder te controleren. We werkten met het loslaten van die voortdurende alertheid en met het opnieuw ervaren van haar bed als een plek waar niets opgelost, onthouden of afgedwongen hoefde te worden.

Een paar weken later vertelde ze dat ze nog steeds weleens wakker lag. Alleen gebeurde er dan iets anders. Ze keek niet meer meteen hoe laat het was en begon niet meer te rekenen. Soms dwaalden haar gedachten nog even af en daarna werd ze ’s morgens wakker zonder precies te weten wanneer ze in slaap was gevallen.

Dat vond ze bijna vreemder dan het slapen zelf.

“Ik ben er gewoon veel minder mee bezig.”

En juist daardoor kreeg slapen langzaam weer de kans om iets vanzelfsprekends te worden.

De niet-roker-app

Stel je voor dat je een nieuwe app op je telefoon zet.

Zodra die app geïnstalleerd is, kan je telefoon iets wat hij daarvoor niet kon. De app draait, reageert en doet waarvoor hij geprogrammeerd is. Verwijder je de app? Dan stopt die functie. Je telefoon zelf is niet veranderd. Alleen het programma dat erop draait.

Zo kun je ook naar roken kijken.

Ooit heb je als het ware een rokers-app geïnstalleerd. In het begin moest je roken nog leren. Het voelde misschien vreemd, je moest eraan denken en waarschijnlijk was het niet eens bijzonder lekker. Maar door herhaling werd het steeds automatischer.

De rokers-app wist op een gegeven moment precies wanneer hij moest aanspringen: bij koffie, na het eten, in de auto, tijdens een pauze, bij stress of juist bij gezelligheid.

Je hoeft daar nauwelijks meer bewust over na te denken.

Jeffrey Stephens-protocol

Een van de methodes die ik bij stoppen met roken gebruik, is het Jeffrey Stephens-protocol. Dit is een directe vorm van hypnose die erop gericht is die automatische programmering te veranderen.

Je zou kunnen zeggen dat we niet proberen om de rokers-app de hele dag met wilskracht níét te openen.

We installeren een andere app: de niet-roker-app.

Tijdens de hypnose wordt de oude verbinding met roken losgemaakt en wordt juist de identiteit en het automatische gedrag van een niet-roker versterkt. Niet: ik probeer geen sigaret te nemen, maar: ik rook niet.

Dat verschil lijkt klein, maar is wezenlijk.

Een niet-roker hoeft tenslotte niet de hele dag te besluiten om niet te roken. Die ziet een pakje sigaretten, drinkt koffie, rijdt auto of heeft stress — zonder dat daar automatisch roken bij hoort.

De telefoon blijft dezelfde. Alleen het programma dat erop draait, verandert.

En dat is precies waar we met deze methode gebruik van maken.

Verweven in de dag

Koffie? Sigaret. In de auto? Sigaret. Even pauze? Sigaret. Na het eten? Sigaret.

En voor je het weet hoort roken niet alleen bij bepaalde momenten, maar ook bij wat je doet en hoe je je voelt. Even naar buiten met een collega. Wachten tot iemand er is. Een lastig telefoontje gehad. Gezellig met een wijntje. Boos, gespannen, verdrietig of juist opgelucht.

Er komt een moment waarop je niet meer denkt: “Ik kies nu voor een sigaret.” Je steekt hem gewoon op.

“Het moment, de handeling of het gevoel is genoeg is genoeg.”

Want hoeveel van die sigaretten rook je eigenlijk omdat je op dat moment echt behoefte hebt aan nicotine? En hoeveel omdat jouw onbewuste inmiddels heeft geleerd: dit moment = roken.

Daarom kan stoppen soms zo vreemd voelen. Je laat niet alleen een sigaret weg. Ineens moet je koffie drinken zonder. Autorijden zonder. Pauze houden zonder. Omgaan met spanning zonder. Zelfs gezelligheid kan even anders voelen.

Niet omdat het zonder sigaret niet kan. Maar omdat mét sigaret jouw normaal is geworden.

En misschien is dát wel een mooie vraag om eens bij stil te staan: op welke momenten hoort een sigaret voor jou zo vanzelfsprekend bij wat je doet, dat je er eigenlijk niet eens meer over nadenkt?

Ik rook eigenlijk niet zoveel

Hij begon bijna verontschuldigend. “Het zijn er maar zes of zeven per dag. Dus zó erg is het niet.” En toch zat hij tegenover me. Want die zes of zeven sigaretten bepaalden behoorlijk veel. De eerste bij de koffie. Eén na het eten. Eén zodra hij in de auto stapte. En vooral die sigaret aan het einde van een drukke dag.

Stoppen had hij al vaker geprobeerd. De eerste dagen gingen meestal prima. Hij kon zichzelf best vertellen dat hij niet moest roken. Tot er zo’n moment kwam waarop zijn hoofd zei: eentje kan best. En na die ene volgde vaak vanzelf de rest. En ook die bekende gedachte: ‘Wat ben ik toch een zwakkeling.’

Gaandeweg werd duidelijk dat het voor hem eigenlijk nauwelijks over het aantal sigaretten ging.

Roken zat verweven in zijn dag

Koffie betekende roken. Autorijden betekende roken. Klaar zijn met werken betekende roken. Zijn onbewuste hoefde daar niet eens meer over na te denken; het ene moment zette automatisch het volgende in gang.

Tijdens de hypnose hebben we daarom niet alleen gewerkt aan het idee ik wil geen sigaret meer. Juist die oude koppelingen waren belangrijk. Koffie kon weer gewoon koffie zijn. In de auto stappen hoefde nergens toe te leiden. En ontspannen mocht ook zonder eerst iets op te steken.

Een paar dagen later stuurde hij me iets waar hij zelf verbaasd over was. Hij had een flink stuk gereden en pas toen hij thuis uitstapte, besefte hij dat hij onderweg niet één keer aan roken had gedacht. Geen strijd, geen nee, ik mag niet. Hij was het simpelweg vergeten.

Dat vond ik misschien wel het mooiste. Want stoppen met roken voelde voor hem altijd als voortdurend weerstand bieden. Nu ontdekte hij hoe anders het voelt wanneer die oude automatische reactie gewoon niet op gang komt. “Ik hoefde mezelf niet tegen te houden. Ik dacht er gewoon niet aan.”

Anders voelen én anders doen. Dat was uiteindelijk het doel.

 

Ze wilde vooral van dat eeuwige gevecht af

Ze had al vaker geprobeerd af te vallen. En eigenlijk wist ze precies hoe het moest.

Dat was het probleem ook niet.

Een paar weken ging het goed. Soms zelfs een paar maanden. Tot er iets gebeurde waardoor ze weer terugviel in haar oude patroon. Daarna volgde meestal dezelfde gedachte: zie je wel, ik kan het gewoon niet.

Toen ze bij mij kwam voor de virtuele maagband, zei ze dan ook vrij snel dat ze vooral klaar was met dat eeuwige gevecht met eten.Niet meer steeds bedenken wat wel mocht, wat niet mocht, hoeveel ze al had gegeten en of ze het die dag ‘goed’ had gedaan.

Tijdens de sessies viel me op hoe streng ze eigenlijk voor zichzelf was. Eén koekje kon in haar hoofd al betekenen dat de dag mislukt was. En als het dan toch mislukt was…

Dan maakte de rest ook niet zoveel meer uit.

Daar zijn we mee aan de slag gegaan. Natuurlijk met de virtuele maagband en het eerder ervaren van verzadiging, maar ook met dat alles-of-niets patroon dat steeds opnieuw roet in het eten gooide.

‘Het gekke is: ik denk veel minder aan eten.’

Dat zei ze een paar weken later.

Ze at kleinere hoeveelheden en stopte gemakkelijker wanneer ze genoeg had. Maar ze kon óók iets lekkers nemen zonder dat daar meteen een hele avond achteraan kwam. En juist dat vond ze misschien nog wel fijner dan het getal op de weegschaal.

Eten was weer gewoon eten geworden.

Ze kwam voor haar onzekerheid. Maar daar zat iets anders onder.

Ze kwam bij me omdat ze zich zekerder wilde voelen. Ze twijfelde veel aan zichzelf en kon behoorlijk blijven hangen in wat anderen van haar vonden. Vooral achteraf. Had ze iets verkeerd gezegd? Was iemand misschien geïrriteerd? Had ze het anders moeten aanpakken?

In ons eerste gesprek werd al snel duidelijk dat haar onzekerheid niet op zichzelf stond. Ze was vooral heel goed geworden in aanvoelen wat ánderen nodig hadden.

Nee zeggen vond ze lastig. Grenzen aangeven ook. En als iemand niet blij met haar was, voelde dat bijna alsof zij iets verkeerd had gedaan.

Tijdens de sessies zijn we daarom niet alleen met die onzekerheid aan de slag gegaan. Met hypnotherapie hebben we gewerkt met de patronen die daaronder lagen: het voortdurend aanpassen, bevestiging zoeken en de overtuiging dat ze het voor anderen goed moest doen.

Langzaam ontstond er iets anders.

Niet het gevoel: het kan me niets meer schelen wat iemand van me vindt. Dat was ook helemaal niet het doel. Wel merkte ze dat ze minder automatisch ging twijfelen aan zichzelf. Ze kon ergens nee tegen zeggen zonder daar vervolgens de halve avond over te piekeren.

En misschien nog belangrijker: ze begon zichzelf steeds vaker de vraag te stellen die ze jarenlang nauwelijks had gesteld:

Wat wil ik eigenlijk?

Een paar weken later zei ze tijdens onze afspraak: ‘Het gekke is, ik voel me helemaal niet ineens een ander mens. Ik ben gewoon veel meer mezelf.’

En dát is soms precies waar verandering over gaat.

Neem contact met mij op

Stel je vraag en ik neem zo snel mogelijk contact met je op

06 82 95 76 34