Koffie? Sigaret. In de auto? Sigaret. Even pauze? Sigaret. Na het eten? Sigaret.
En voor je het weet hoort roken niet alleen bij bepaalde momenten, maar ook bij wat je doet en hoe je je voelt. Even naar buiten met een collega. Wachten tot iemand er is. Een lastig telefoontje gehad. Gezellig met een wijntje. Boos, gespannen, verdrietig of juist opgelucht.
Er komt een moment waarop je niet meer denkt: “Ik kies nu voor een sigaret.” Je steekt hem gewoon op.
“Het moment, de handeling of het gevoel is genoeg is genoeg.”
Want hoeveel van die sigaretten rook je eigenlijk omdat je op dat moment echt behoefte hebt aan nicotine? En hoeveel omdat jouw onbewuste inmiddels heeft geleerd: dit moment = roken.
Daarom kan stoppen soms zo vreemd voelen. Je laat niet alleen een sigaret weg. Ineens moet je koffie drinken zonder. Autorijden zonder. Pauze houden zonder. Omgaan met spanning zonder. Zelfs gezelligheid kan even anders voelen.
Niet omdat het zonder sigaret niet kan. Maar omdat mét sigaret jouw normaal is geworden.
En misschien is dát wel een mooie vraag om eens bij stil te staan: op welke momenten hoort een sigaret voor jou zo vanzelfsprekend bij wat je doet, dat je er eigenlijk niet eens meer over nadenkt?