Hij begon bijna verontschuldigend. “Het zijn er maar zes of zeven per dag. Dus zó erg is het niet.” En toch zat hij tegenover me. Want die zes of zeven sigaretten bepaalden behoorlijk veel. De eerste bij de koffie. Eén na het eten. Eén zodra hij in de auto stapte. En vooral die sigaret aan het einde van een drukke dag.
Stoppen had hij al vaker geprobeerd. De eerste dagen gingen meestal prima. Hij kon zichzelf best vertellen dat hij niet moest roken. Tot er zo’n moment kwam waarop zijn hoofd zei: eentje kan best. En na die ene volgde vaak vanzelf de rest. En ook die bekende gedachte: ‘Wat ben ik toch een zwakkeling.’
Gaandeweg werd duidelijk dat het voor hem eigenlijk nauwelijks over het aantal sigaretten ging.
Roken zat verweven in zijn dag
Koffie betekende roken. Autorijden betekende roken. Klaar zijn met werken betekende roken. Zijn onbewuste hoefde daar niet eens meer over na te denken; het ene moment zette automatisch het volgende in gang.
Tijdens de hypnose hebben we daarom niet alleen gewerkt aan het idee ik wil geen sigaret meer. Juist die oude koppelingen waren belangrijk. Koffie kon weer gewoon koffie zijn. In de auto stappen hoefde nergens toe te leiden. En ontspannen mocht ook zonder eerst iets op te steken.
Een paar dagen later stuurde hij me iets waar hij zelf verbaasd over was. Hij had een flink stuk gereden en pas toen hij thuis uitstapte, besefte hij dat hij onderweg niet één keer aan roken had gedacht. Geen strijd, geen nee, ik mag niet. Hij was het simpelweg vergeten.
Dat vond ik misschien wel het mooiste. Want stoppen met roken voelde voor hem altijd als voortdurend weerstand bieden. Nu ontdekte hij hoe anders het voelt wanneer die oude automatische reactie gewoon niet op gang komt. “Ik hoefde mezelf niet tegen te houden. Ik dacht er gewoon niet aan.”
Anders voelen én anders doen. Dat was uiteindelijk het doel.